Albariño

Albariño

Geschiedenis van Albariño

Veel mysteries omringen deze druivensoort die we alleen in Galicië en Noord-Portugal vinden.

Het verhaal gaat dat monniken van de abdij van Cluny de druivensoort tijdens een van hun pelgrimstochten importeerden en zo een Bourgondische oorsprong aan de druif toedichtten. Anderen beweerden dat Albariño afstamt van savagnin. Uit DNA-analyses blijkt echter geen enkele verwantschap, noch met de “Noiriens”, noch met savagnin.

Bij gebrek aan voorouders moeten we aanvaarden dat deze druivensoort zijn oorsprong wellicht in deze regio vindt. De verwantschap met de continentale druivensoorten zou best verrassend zijn geweest, aangezien de Albariño zo goed is aangepast aan het vochtige klimaat van Galicië en in het bijzonder de Rias Baixas, evenals aan het pergola-latwerksysteem. Het appelzuurgehalte ligt ook merkelijk hoger dan dat van continentale druivenrassen.

Op basis van schriftelijke gegevens werd de oorsprong van de variëteit in 1843 geplaatst. De recente ontdekking van heel oude stokken plaatsen echter de oorsprong van deze druif 50 tot 100 jaar vroeger.

De druivensoort vestigde zich pas echt in de 20e eeuw, na het noeste werk van de wijnbouwers die barre klimatologische omstandigheden moesten trotseren. Hoewel de beplanting van de druif grotendeels beperkt is tot het noordwesten van het Iberisch schiereiland, Rias Baixas en Vinho Verde in Portugal, groeit de interesse voor deze druif in Californië en in Oregon.

De Australiërs hadden ook plannen om Albariño op hun continent te planten. Maar eens ter plaatse bleek dat ze wijnstokscheuten van Savagnin hadden gekocht in plaats van Albariño… Dit verhaal wordt zeker vervolgd!

Hoe proeft albariño?

Lichte kleur, bloemige geur van kamperfoelie en oranjebloesem, exotisch fruit en steenfruit. De wijn is over het algemeen licht en droog tot medium bodied met een goede zuurgraad. Door het zeer aanwezige jodium is het perfect te combineren met alle visproducten.